Bij een servicecontract is het geld al binnen. De prijs ligt vast, dus elke extra rit gaat direct van je marge af. In de vierde Manuel-webinar laat medeoprichter Boris van Ast zien waar die marge weglekt — en hoe je 'm terugwint zonder iemand extra aan te nemen.
Voor wie is deze blog?
Voor eigenaren en bedrijfsleiders van installatiebedrijven die met service- en onderhoudscontracten werken — voor woningcorporaties, vastgoed, utiliteit of particulieren — en meer winst uit die contracten willen halen.
▶ Bekijk de webinar. Liever kijken dan lezen? Hieronder zie je de volledige sessie met Boris (ca. 20 min). De blog eronder vat alles samen.
In het kort
- Bij servicecontracten is het geld al binnen — elke rit kost marge.
- Je probleem is meestal niet te weinig monteurs, maar verkeerde inzet.
- De grootste lek: herhaalritten, vaak door het verkeerde onderdeel.
- Beter afvangen aan de telefoon en de juiste onderdelen mee = directe winst.
Bij servicecontracten werkt het andersom
Werk je op uurtje-factuurtje, dan levert elke rit geld op. Bij een servicecontract is dat omgekeerd: je hebt een vaste, all-in prijs afgesproken en het geld staat in januari al op de rekening. Vanaf dat moment kost elke rit je alleen maar — de tijd van je monteur én de voorrijkosten. Hoe vaker je rijdt, hoe minder je overhoudt.
En het knelpunt zit zelden bij een tekort aan monteurs. Het zit in hoe je ze inzet. Een klant belt met een storing, en wat er vaak gebeurt: er gaat meteen een monteur op pad — net degene die er het meeste van weet, terwijl er elders misschien een urgenter probleem ligt.

Waarom een monteur terug moet komen
Een first-time-fix van 100% bestaat niet. Maar de twee redenen dat een monteur terug moet, zijn bijna altijd dezelfde:
- Het verkeerde of geen onderdeel mee. Dan moet je bestellen en nog een keer rijden.
- De kennis is niet bij de hand. Dan begint het belcircus: de fabrikant bellen, een senior storen die zelf bij een klus staat.
Een gemiddeld herhaalbezoek kost tussen de 150 en 350 euro. Gemiddeld gaat ongeveer één op de vier klussen niet in één keer goed — en we zien bedrijven waar dat oploopt tot 50 of zelfs 60%. Daar zit je marge, en daar zit ook de rust voor je mensen.

De trechter: wie zet je aan de telefoon?
Het begint aan de voorkant, bij de eerste melding op kantoor. Stel je krijgt deze week veertig telefoontjes. Wie die opneemt, bepaalt hoeveel ritten eruit volgen:
- Iemand zonder technische kennis. Dan wordt vrijwel elke call een werkbon en een rit. Veertig telefoontjes, veertig ritten.
- Een senior monteur. Die vangt veel af — reset, ontluchten, water bijvullen — maar een goede monteur wil in het veld staan, niet aan de telefoon.
- Iemand zonder technische ervaring, mét de kennis uit Manuel. Een collega met een andere functie, een student of iemand die communicatief sterk is, kan met Manuel al een diagnose stellen aan de telefoon. Je monteur blijft in het veld.
Die derde optie is de winst: de eerste lijn vangt af wat afgevangen kan worden, en moet er tóch iemand op pad, dan met het juiste probleem én de juiste onderdelen erbij.

Reken je eigen business case uit
Het wordt concreet zodra je het rekent. Een paar voorbeelden uit de webinar:
- 10 servicemonteurs, 1 herhaalrit per week, 100 euro per rit → al bijna 50.000 euro per jaar die weglekt.
- 20 monteurs, 3 herhaalritten per week, 250 euro per rit → ongeveer 690.000 euro per jaar.
Vul je eigen cijfers in — aantal monteurs, herhaalritten per week, kosten per rit — en je ziet meteen hoeveel ruimte er zit. Daar hoef je niemand extra voor aan te nemen; het zit in slimmere inzet.
“Het geld is al binnen. Elk ritje dat je aan de telefoon oplost, levert direct keiharde euro’s op.” — Boris van Ast, medeoprichter Manuel

Zo pakt Manuel het aan
Manuel werkt aan twee kanten. In het veld heeft de monteur alle kennis op zak; op kantoor helpt Manuel de eerste lijn. We zetten alle merken waar jij mee werkt in Manuel, zodat je collega aan de telefoon precies ziet welke vragen hij moet stellen en welke onderdelen nodig zijn.
Een paar dingen die dat oplevert:
- Een junior die als senior werkt. Met tienduizenden storingen binnen handbereik kan een nieuwe monteur na twee à drie weken al meedraaien in de storingsdienst.
- Kennis per toestel, niet per klant. Een ervaring die je bij het ene toestel opdoet, zie je direct terug bij hetzelfde toestel bij een andere klant.
- Je eigen werkhistorie benut. We analyseren de kennis uit je ERP-systeem en voegen die toe aan Manuel.
Met Manuel verhogen klanten hun first-time-fix gemiddeld met 8%. Geen 100% — dat bestaat niet — maar genoeg om het verschil te zien in je herhaalritten.

De eerste signalen uit de praktijk
Wat we terugzien: servicemonteurs worden minder gestoord tijdens het werk. De belketting van collega naar senior naar fabrikant verdwijnt grotendeels — je vraagt het eerst aan Manuel. Soms bel je nog steeds de fabrikant of een collega, maar dan met het voorwerk al gedaan, wat enorm veel tijd scheelt.
Zie je bij jouw bedrijf dat 50 tot 60% van de storingen nu een tweede rit nodig heeft, dan zit daar je winst. En als je daarmee aan de slag gaat, meten we het samen, zodat de business case ook echt tastbaar wordt.
Minder ritten, minder gedoe, hogere marge
Het komt op één ding neer: doe het in één keer goed. Dat scheelt ritten, het verhoogt je marge, en het geeft rust bij je monteurs — die niet meer voor een statuscode op pad worden gestuurd om bij aankomst te zien dat het toestel gewoon werkt.
Benieuwd wat dit voor jouw contracten betekent? Reken het samen met ons door en plan een demo via https://manuel.chat/demo
Meet Manuel

.avif)
.avif)
.png)

.avif)

.avif)







.avif)
%201.avif)